Gehaktballen draaien, Boer Zoekt Vrouw nabespreken of even een ongezouten voetbalcommentaartje: uit zijn dagelijkse video’s blijkt dat Harry Vermeegen (70) nog altijd in topvorm is.

Om maar meteen met de deur in jouw Spaanse casa te vallen: je bent onlangs 70 geworden. Hoe voelt dat?

‘Tja, hoe voelt dat? Zeventig is een getal, maar godskolere: het is wel véél hè? Als ik het positief bekijk is het best knap, want veel mensen komen niet eens aan de zeventig. Aan de andere kant schiet het natuurlijk niet op. Wat mijn echte leeftijd is? Ergens rond de 45, 50 jaar, ofzo. Maar in mijn hoofd zit ik nog steeds op m’n brommer. Ik zie mezelf nog rijden over de Berlagebrug met lang haar, een hoog stuur en zonder helm van Amsterdam Oost richting het Concertgebouw, waar ik op school zat.’

Jij bent een geboren en getogen Amsterdammer. Maakt dat nog iets los bij je?

‘Soms wel. Als ik moe ben, heb ik nog steeds een Amsterdams accent. En ik ken alle Amsterdamse woorden nog, dus zo af en toe ben ik nog steeds een echte Amsterdammer. Maar ook weer niet altijd. Amsterdammers zijn behoorlijk adje-rem en ik heb niet altijd zin om op mijn hoede te zijn voor dat ‘adje’. Snap je wat ik bedoel? Soms heb ik gewoon even geen zin om de hele dag zó scherp te moeten zijn als iemand steeds zijn woordje klaar heeft. Maar als je er zin in hebt, ervoor openstaat en fit bent kan het soms ook lollig zijn. Overigens kom ik nog maar weinig in Amsterdam. Als ik er moet zijn, raak ik al in de stress hoe ik er naartoe moet rijden en waar ik moet parkeren. Een afspraak in de binnenstad is voor mij pure wanhoop. Het is een heel gedoe om er te komen en als je één keer verkeerd rijdt, ben je met al die eenrichtingswegen zo drie kwartier verder. Dan parkeer ik nog liever mijn auto bij het Hilton om vanaf daar een taxi te nemen.’

Meer dan 75.000 mensen volgen jouw Facebook pagina. Van gehaktballen braden tot actuele voetbalcommentaren: je bent eigenlijk drukker dan ooit!

‘In eerste instantie had ik het alleen maar over voetbal, maar in deze Coronatijd behandel ik allerlei zaken. Op een gegeven moment ben ik maar een beetje gaan experimenteren met andere onderwerpen die ik zelf ook nog wel lollig vind. Zo gaf ik bijvoorbeeld mijn visie op Boer Zoekt Vrouw en deelde ik mijn recept van Vlaamse friet en daar werd 100.000 keer naar gekeken. Het voelt een beetje alsof ik mijn eigen tv-zender run. Dus ik ben inderdaad drukker dan ooit en dat houdt me lekker bezig. Maar zeg nou zelf: dat is toch beter dan binnen zitten en niks doen?’

Leveren jouw ongezouten commentaren vanuit Spanje ook nog wel eens reacties op van de personen over wie je het hebt?

‘Niet van de personen over wie ik het heb, maar soms zijn er weleens van die zanikende mensen die dan negatief of zuur lopen te doen omdat ze het ergens niet mee eens zijn. Nou, dan hebben ze pech gehad. Kwestie van ontvolgen, dan heb je nergens last meer van. Je hoeft het echt niet altijd met me eens te zijn, maar als je continu vervelend loopt te doen op mijn tijdlijn blokkeer ik je.’

Wordt jouw mening opgetekend door andere (social) media?

‘Nee, die laten mij altijd links liggen. Ik ben geen factor, vinden ze. Maar dat is jammer voor ze, want dan hebben ze het mis. Zeker in de sportjournalistiek wordt er van grote hoogte op mij neergekeken en dat moet ook zo blijven. Gelukkig is dat wederzijds, dus niks aan de hand, haha!’

Is er een verschil tussen voetballers van nu en de spelers die jij destijds stond te interviewen?

‘In principe is er weinig verschil. Voetballers blijven voetballers en die hebben maar 1 ding: hun leven draait om winnen of verliezen. Het enige wat verandert, is dat je nu meer zakelijke belangen hebt. Meer managers, de clubs en de sponsors, dus je kan niet zomaar eventjes een speler interviewen. En dan heb je ook nog eens een keer alle media die voorrang hebben, dus wat dat betreft is er heel veel veranderd, maar de spelers zelf niet.’

Graag even jouw mening dat zowel Ajax als AZ geen kampioen is, dat ADO en RKC in de Eredivisie blijven en dat Cambuur en De Graafschap niet promoveren.

‘Ik vind dat de KNVB zich er heel makkelijk van af heeft gemaakt. Ze hadden er veel serieuzer mee om moeten gaan door het met alle partijen goed te bespreken. Toen de regering besloot dat er niet meer gespeeld mocht worden tot 1 september, werd iedereen binnen een paar dagen al afgeserveerd. De tussenstand werd zogenaamd de eindstand, maar daar klopte helemaal niks van. De clubs die bovenaan stonden kregen alles wat ze verdienden, maar voor de clubs onderaan en voor Cambuur en De Graafschap (bovenaan in de Keuken Kampioen Divisie, red.) gold dat niet. En de bekerfinale werd bij het vuilnis gezet. Welke logica zit daar achter?’

Denk jij dat Ajax anders wel kampioen was geworden?

‘Ja, daar ging ik wel van uit. Ze zouden nog een zware uitwedstrijd hebben gehad in Rotterdam en tegen FC Utrecht, maar ik denk dat Ajax zich in de laatste wedstrijden wel had herpakt en dat Ten Hag – mede ook omdat er iets minder blessures waren geweest – de boel uiteindelijk wel weer op de rit had gekregen.’

Wat wordt de toekomst van het betaald voetbal?

‘Voorlopig moeten ze op de plaats rust maken en moeten ze ook niet te dwingend zijn of teveel willen eisen. Zonder publiek spelen lijkt mij eerlijk gezegd geen reet aan, want dan voel ik die hele wedstrijd niet meer aan. Dat heeft dezelfde sfeer als van Heracles tegen m’n tante in een leeg stadion. Of van een oefenwedstrijdje in de zomer van Ajax tegen Dubai. Dus misschien moeten ze zich eens afvragen of ze dat überhaupt wel willen, want ik denk dat de belangstelling voor het voetbal enorm afneemt.’

Jij stond en staat bekend om je specifieke manier van interviewen, waarbij veel voetballers en trainers om je moesten lachen. Meestal is het dan zo dat er iemand je opvolgt of nadoet. Is dat bij jou ooit het geval geweest?

‘Van Hans Kraaij tot Sierd de Vos, Ronald Giphart en Najib Amhali: vroeger hebben ze me vaak proberen te imiteren, maar het was het allemaal nét niet. Voetballers hebben er geen zin als er iemand op ze afkomt die leuk probeert te doen. Ik kwam uit de voetballerij en de spelers wisten dat ik meer informatie had. Om je een voorbeeld te geven: Ronald Koeman is een vriend van mij. Dus als ik iemand uit het Nederlands Elftal spreek, weten ze dat ik alles weet. En dat geldt niet alleen voor Oranje, maar ook voor heel veel andere zaken in de voetballerij. Vaak stelde ik vragen waarbij het lachen de spelers verging, omdat ze dachten: ‘krijg nou de kolere, die gozer weet het gewoon al!’ En zo kon ik lollig zijn en humoristische televisie maken vanuit een solide basis. En dat doe ik eigenlijk nog steeds, met als grootste verschil dat het nu allemaal veel sneller gaat, ik direct contact heb met mijn kijkers en soms een grotere kijkdichtheid heb dan RTL Z. Ik heb een idee, pak mijn camera, loop naar buiten, neem het op, mijn vrouw monteert het en een paar minuten later lees ik de reacties al.’

Harry’s herinneringen aan JC

‘Johan was echt een straatschoffie. Ik kan me nog goed herinneren dat ik in mijn eerste jaren als verslaggever met een bandrecorder op pad ging. Cruijff had er dan enorm veel lol in om met zijn aansteker op mijn apparaat te mikken als ik een speler stond te interviewen, zodat de opname afsloeg. Hem interviewen was lastig, want hij vertrouwde me niet. Hij was altijd op zijn hoede, omdat hij dacht dat ik hem dolde of voor joker wilde zetten. En laten we eerlijk zijn: Johan stond niet bekend om zijn geweldige gevoel voor humor. Hij voelde zich vaak ongemakkelijk als ik hem bijvoorbeeld een totaal onverwachte vraag stelde. Hij voelde zich comfortabeler als hij een journalist tegenover zich had zitten bij wie hij gewoon zijn verhaaltje kon oplepelen.  Op een gegeven moment had hij ook geen zin meer in interviews, maar hij bleef altijd respectvol. Als ik hem ergens tegenkwam, vroeg hij altijd belangstellend hoe het met me ging en waar ik mee bezig was. Maar het was dus niet zo dat hij altijd voor me klaarstond zodra ik hem belde. Wat me wel is overkomen, is dat ik na een zwaar ongeluk – totaal onverwachts – een grote bos bloemen van hem kreeg. Toen dacht ik dat ík in de maling was genomen, maar de bloemenhandel verzekerde me dat hij ze toch echt zelf had laten versturen.’

Interview Martijn van Stuyvenberg