Van Oud- naar Nieuw-Zuid
vrijdag 13 maart 2026

Van Oud- naar Nieuw-Zuid

maart 13, 2026

In 1974 verhuisden we van Oud-Zuid naar Nieuw-Zuid. Onze straat was hernoemd naar de verzetsstrijder Gerrit van der Veen om de beladen herinnering van de Euterpestraat met het hoofdkantoor van de Duitse Sicherheitsdienst uit te wissen. De doktersvrouw van een paar huizen verderop verwelkomde ons met de warme woorden: ‘Jullie artiesten zullen het hier niet lang uithouden’. Het was in die tijd een vermeend chique straat.

Tegenover ons huis stond het grote witte gebouw van de Sociale Verzekeringsbank waarvan medewerkers ons kaartjes stuurden ‘met dank voor de bloemenpracht’. Ik verzorgde op een balkon graag wat bloemetjes en dat werd gewaardeerd vanuit de kantoortuinen. Mijn een na jongste zoon klom graag langs de regenpijp omhoog als hij zijn sleutels was vergeten en ook had hij een verborgen zolder ontdekt waarvan hij het toegangsluik niet had teruggeplaatst. Hiervan werd dankbaar gebruik gemaakt door een familie duiven die zich daar huisvestte en de boel onder scheet met grote groene kwakken en mij verbaasd aankeek toen ik daar boos om werd. 

Onze kelder deed dienst als oefenruimte. Dit gaf de nodige herrie en klachten van buren, maar ik sliep goed op het geroffel van mijn oudste zoon. In de bandjes die in de kelder repeteerden zaten diverse types. Muzikanten die zich in mijn herinnering in de winter te dun kleedden en daar een rauwe hoest aan over hielden. Ook werden er wel eens wat avantgardistische klanken geproduceerd waar ik niet altijd evenveel van gecharmeerd was, maar over het algemeen was het een swingende boel. Ik had altijd een pan soep klaar staan als er meegegeten werd. Bij mooi weer als alle ramen open stonden waaiden muzikale flarden van het aan de andere kant van onze tuin gelegen conservatorium naar binnen. In het bijzonder de harde klanken van percussie fenomeen Jan Pustjens staan mij bij. 

Onze teckel liet zichzelf uit en het is een wonder dat hij dit heeft overleefd want Brammetje stak ook geheel autonoom de straat over. Ondanks dat het een lieve hond was hing hij wel eens in een broekspijp. Op een dag stond er een heerschap met een Terlenka broek in een plastic tasje voor de deur. Of we die maar even wilden vergoeden want onze Bram had daar een gat in gebeten. Opmerkelijk voor een broek die volgens de advertenties ‘onverwoestbaar’ was. In de jaren 80 lustten de junks wel pap van autoradio’s en er sloop er zelfs een keer een bij ons naar binnen die ik na zijn aanhouding evenals de dienders een kopje thee aanbood.

Marjan Berk