Oost west, thuis best

Ik logeerde in Amersfoort bij de familie van Zomeren, buren van mijn Opa en Oma van de Wall. Deze mensen pasten op het huis van mijn grootouders die naar Zuid-Afrika waren gegaan. Ze pasten ook regelmatig op mij om mijn door de scheiding overspannen moeder te ontlasten. Het echtpaar van Zomeren had een zoon van 15 jaar, drager van toentertijd hippe plusfours. Hij behandelde mij als een kind en trok mij regelmatig op zijn knie om paardje te rijden. ‘Hop hop hop Marjannetje!’ Ook al was ik pas vijf, omdat het mijn held was bezorgde dit mij heerlijke rillingen. De familie van Zomeren verhuisde en Gerard zag ik niet meer.
Na de oorlog haalde ik ‘met lof’ mijn Zwarte Kruis omdat ik van mijn moeder eerst dit diploma moest halen voordat ik mijn droom achterna kon jagen, de Toneelschool in Amsterdam! Mijn eerste vriendje daar huurde in de Pijp een kamer bij een hospes, vrouwelijk bezoek niet gewenst! Ik sliep stiekem bij hem. We slopen in elkaars voetstappen de trap op naar zijn kamer. Dat leek een half jaar goed te gaan. Op een avond ging tijdens zo’n sluiptocht plotseling de deur op de trap open en verscheen de hospes die ons vriendelijk groette met ‘Goedenavond samen!’ Wij stamelden wat en hij zei: ‘Kom gezellig binnen, dan zet ik een koppie thee’. Vanaf dat moment waren we vrienden.
Lees ook: Amsterdam, mijn eerste ontmoeting met de hoofdstad
Ik huurde later met mijn nieuwe vriend en latere eerste echtgenoot een kamer in een grote villa aan de Leidsekade. We waren straatarm en het enige meubelstuk in de kamer was een theemeubel. We verhuisden na een paar maanden naar een souterrain tegenover Artis waar ik mijn eerste drie kinderen kreeg. Ik moest van de Toneelschool af door mijn eerste zwangerschap maar had al snel emplooi bij de Nederlandse Komedie in het stuk ‘Hier met de poet!’ en snel daarna bij Wim Kan (wilt u meer weten over mijn loopbaan, lees dan ‘Memoires van een dame uit de goot van het amusement’). Mijn leven ging verder en ik kwam terecht op een lekkende zolder met pannetjes aan het Rapenburg, sinaasappelkistjes als stoelen en altijd een kind aan mijn borst. Volgende week verder!
Marjan Berk