‘De naam Cruijff’

Terwijl wereldwijd Christenen hopen op en bidden voor de terugkeer (‘Second coming’) van Jezus Christus, staat voetballend Amsterdam aan de vooravond van de vierde, wellicht laatste wederkomst van een JC. Na driemaal Johan ‘stuurt’ de familie nu Jordi, de zoon van, naar het zorgwekkende front.
De ‘aankomst’ van ‘Jopie’ (1964) was indertijd een godsgeschenk dat niet alleen de koers van de club voor eeuwig zou bepalen, maar naast successen ook conflicten bracht. Cruijff was zowel binnen als buiten de lijnen zijn tijd ver vooruit en ging de confrontatie om veranderingen af te dwingen nooit uit de weg. Na zijn recordtransfer naar FC Barcelona (’73) keerde hij eind 1981 voor de eerste keer terug naar zijn jeugdliefde om het allemaal nog een keer te laten zien. De opwinding was onmetelijk. Een onverwachte tweede kans. Zij die het van horen zeggen hadden, konden het nu met eigen ogen zien. Trotse vaders namen hun zoons mee naar hun inmiddels 34-jarige idool.
Jan Mulder ‘columnde’ er flink lyrisch op los in De Volkskrant. Zijn coach Aad de Mos was er dagelijks getuige van dat ‘Cruijff de enige speler ter wereld was die met zijn voeten kon uitvoeren wat hij met zijn ogen zag’. Hans Kraaij sr. herhaalde tijdens de samenvattingen regelmatig dat ‘er niemand is die een bal zo bij een andere speler kan brengen zoals Johan Cruijff’. Nico Scheepmaker voegde in Vrij Nederland prachtige hoofdstukken toe aan zijn al lijvige oeuvre over de voetballer die hij vanaf het allerprilste moment dankbaar had mogen volgen. Nico beschreef Johans schitterende terugkeergoal tegen FC Haarlem als ‘De lob der lobs van de lobber der lobbers’. Hilarisch is overigens de onopgemerkt gebleven reactie van een opgeluchte JC na afloop. Hij wist te vertellen dat keeper Jan Jongbloed altijd ver vóór zijn doel stond, waardoor het genie in een ‘split second’ eigenlijk tot lobben werd uitgenodigd. De keeper was echter Edward Metgod, die op dat moment wél werd getraind door Jongbloed.
Scheepmaker tekende later op dat het missen van een wedstrijd met Cruijff een verkeerde beslissing kon zijn omdat Johan in iedere wedstrijd minstens één ding doet dat je nog nooit hebt gezien. De strafschop in tweeën met Jesper Olsen tegen Helmond Sport is daar een voorbeeld van, maar dat gold zeker niet voor de legendarische 5-5 tegen FC Groningen in De Meer (23 januari 1983). Dat zou zomaar de slechtste wedstrijd van Cruijff geweest kunnen zijn. Werkelijk niets lukte de maestro, die in de tweeënhalf jaar die zijn terugkeer als speler (inclusief een jaartje Feyenoord) zou duren, nationaal slechts 2 wedstrijden verloor. Jan Mulder beschreef het doelpuntenfestijn met de goals van Ron Jans, de strafschop van het aanstormende talent Ronald Koeman (20) en ‘De naam Cruijff’. Zijn eufemisme voor de ongebruikelijke onzichtbaarheid en het zeldzame geklungel die middag.
Met twee landstitels en een KNVB beker op zak, besloot de norse voorzitter Ton Harmsen toch dat het clubicoon niet langer welkom was om dezelfde Cruijff twee jaar later (’85), ongediplomeerd als trainer vóór de groep te zetten. Een tweede terugkeer die begin 1988 na voorspelbare trammelant met het bestuur tot een nieuwe breuk leidde. In 2011 ontketende JC een revolutie, die ten onrechte fluweel werd genoemd. Tijdens zijn laatste terugkomst nam hij zelfs even zitting in het bestuur. De malaise van de laatste jaren zou Johan ongetwijfeld tot razernij hebben gedreven. Zeker in woord (De Telegraaf) maar wellicht niet meer in gebaar. Daar ligt nu de heilige taak voor Jordi om in de kathedraal die is opgetrokken uit de voetbalprestaties en -evangelie van zijn vader, de ‘De naam Cruijff’ te updaten. Voor de fans die nog geloven in de wederopstanding van de gevallen grootmacht komt de huidige terugkeer van een nieuwe JC precies op tijd.
Robert Leon
dutchfellow.wordpress.com