Amsterdam, mijn eerste ontmoeting met de hoofdstad
donderdag 12 februari 2026

Amsterdam, mijn eerste ontmoeting met de hoofdstad

februari 12, 2026

De komende weken ga ik u vertellen over mijn groeiende liefde voor onze hoofdstad. We schrijven 1942. De vriend van mijn moeder, Gerrit, nam ons vanuit Amersfoort mee naar een restaurant op een eerste verdieping in de Vijzelstraat. Het was een ‘zwart’ Chinees restaurant, dat wil zeggen clandestien. Ik werd daar herinnerd aan de onvergetelijke rijsttafels van mijn Indische tantes van voor de oorlog. Deze maaltijd maakte een grote indruk in een tijd van schaarste. Bij het verlaten van het Centraal Station, toen nog een plek zonder roltrappen, viel mijn oog meteen op grote karren voor het Noord-Hollandsch Koffiehuis, voortgetrokken door paarden met blonde manen, waarop fusten bier stonden. Door dit uitstapje is het verlangen naar Amsterdam bij mij begonnen. Een opwindende plek waar het echte leven zich afspeelde.

Lees ook: Ongelofelijke ervaring

Een echtpaar dat een kamer bij ons huurde in Amersfoort, waarvan de echtgenote Joods was en een ster moest dragen terwijl haar man als niet-Jood dat niet hoefde, zorgde ervoor dat ik al goed op de hoogte was van de verslechterende situatie voor Joden in Nederland. De ondergedoken moeder van onze kostgangers was al bijna opgepakt en mijn moeder hield zich bezig met onderduikadressen – ook in Amsterdam.

Een andere pijnlijke herinnering is het afscheid dat wij in de Jodenbuurt namen van de familie Zielenziger die wisten dat ze op transport zouden worden gesteld. Het was een smartelijke ervaring want we wisten niet veel behalve dat ze weggevoerd zouden worden. Later kregen we het doodsbericht van het Rode Kruis uit Theresienstadt. Samen met een Frans-Canadese sergeant die bij ons inwoonde en die zich verloofd had met een Amsterdamse mocht ik na de bevrijding weer naar de hoofdstad. Er was feest, chocola en vuurwerk en mijn verlangen groeide en groeide.

Marjan Berk

social-icons