Vol trots keek Lucas om zich heen in zijn nog vrij lege kapperszaak aan de Haarlemmerdijk. Zijn moeder, die borg stond voor de huur, keek goedkeurend toe. Wie had dat gedacht, dat háár zoon uiteindelijk toch nog een eigen zaak zou runnen op een toplocatie in Amsterdam! ‘Waar zet je de ontvangstbalie neer?’ vroeg ze belangstellend. Vanuit de vensterbank naast de deuropening wees Lucas de plek aan. Plotseling zwaaide de deur open en stond daar een wat oudere man. Enkele ogenblikken eerder hadden ze hem al gespot toen hij onbeschaamd met zijn handen naast zijn gezicht gevouwen naar binnen stond te gluren, nota bene met een zelf gedraaid sigaretje tussen zijn linkerwijs- en middelvinger. Hoofdschuddend kwam hij binnen om de euforische sfeer met één sneer te bederven. ‘Alwéér een kapper hier in de straat, je bent nu al de zoveelste. Het wordt nu wel héél eentonig’, brieste hij. Moeder en zoon hadden zich een warmer welkom in deze buurt voorgesteld. Omdat ze allebei slechts hun schouders ophaalden en zwegen, sloeg de buurtbewoner de deur maar weer achter zich dicht. ‘Laat maar gaan. Dat is zo’n man die nog couponnetjes knipt en zegeltjes plakt’, zei moeders bemoedigend.

Een paar weken later, tijdens de officiële opening van de zaak, stond ‘ie er weer. Hij droeg dezelfde armoedige trui en regenjas en hij droeg dezelfde muffige zolderlucht om zich heen. Een feestelijk glas prosecco sloeg hij over en wederom kon er geen felicitatie van af. Smalend wees hij op de muren en draaide daarbij een rondje om zijn eigen as. Hij oogstte verbaasde blikken toen hij zijn ongevraagde mening ventileerde. ‘Veel te wit, veel te strak. Ik hou hier helemaal niet van. Modern staat wat mij betreft synoniem voor kil.’ 

Drie maanden later, Hemelvaartsdag. Lucas zat na een drukke ochtend weer heel even in de vensterbank voor het raam. En ja hoor: daar stond de vreemde buurtbewoner weer. Ditmaal kwam hij enigszins aarzelend binnen. ‘Ben jij gewoon geopend vandaag?’ informeerde hij. Lucas knikte vriendelijk. ‘Dan wil ik graag geknipt worden, want het is me nog steeds niet gelukt om ergens terecht te kunnen.’ 

Lucas stond langzaam op, slaakte een diepe zucht en als je erbij was geweest had je weer heel even dat Amsterdamse straatschoffie van vroeger in hem herkend. Hij opende de deur en maakte een theatraal gebaar, gevolgd door een buiging. ‘Dan wens ik u héél veel succes bij het maken van een afspraak bij een andere kapper. Er zijn genoeg kappers te vinden in deze eentonige winkelstraat!’

 

Martijn van Stuyvenberg
Hoofdredacteur Mokum Magazine

 

haarlemmerdijk  haarlemmerdijk