In de tv-serie Bureau Raampoort stond Thomas Acda als rechercheur zijn mannetje. Zelf heeft de hoofdrolspeler ook een aantal goede ideeën om tuig van de richel aan te pakken.


WILDPLASSEN

‘Ik vind wildplassen vies. Ik doe het zelf nooit, maar bij hoge nood moet het gewoon kunnen. Er is ook geen wet die honden verbiedt om overal tegenaan te plassen, dus dan mogen mensen dat ook. Er zouden gewoon wat meer van die plaskrullen moeten komen. Wildplassen is overigens dé reden dat ik met Koninginnedag nooit in Amsterdam ben, omdat iedereen tegen mijn huis staat te zeiken. Dat wil ik niet zien.’

OPGEVOERDE SNORSCOOTER

‘Dat ze opgevoerd zijn, vind ik niet zo erg. Ze gaan altijd al toeterend naar voren bij een stoplicht, zodat ze tijdens het wachten een stuk of 40 fietsers vergassen tijdens het wachten. En maar gas geven. Een beetje beleefdheid, dát zou fijn zijn. Of maak ze volledig elektrisch.’  

HOMODISCRIMINATIE

‘Laatst werden er twee travestieten geweigerd in een taxi. Dat vind ik grote schande en daar moet tegen opgetreden worden. Discriminatie is de pest van deze maatschappij.’ 

TASJESDIEVEN

‘Mijn moeder is ooit beroofd, maar heeft haar belager een ram verkocht. Als hij mijn moeder had gekend, had hij het überhaupt nooit geprobeerd.’

DRUGSDEALERS

‘Mij wordt nou nooit gevraagd of ik coke wil kopen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik eruit zie als een sombere huisvader. Wel weet ik dat je nooit hash moet kopen op het Damrak, want dan krijg je konijnenkeutels. Ik heb er weinig verstand van, maar het lijkt me dat je drugs beter gewoon vrij verkrijgbaar kan maken. Dan heb je al die dealers niet meer, is er geen troep in omloop en je hebt er veel beter zicht op.’

HOOLIGANS

‘Ik heb wel eens met mijn vader naast Vak 410 gezeten. Dat was erg grappig. Maar hij is bijna 80, dus ik heb gevraagd of we in een ander vakje mochten zitten. Ik heb het idee dat het hooligangeweld wat minder is geworden sinds levenslange stadionverboden in het leven zijn geroepen.’

FIETS KOPEN?

‘Gebeurt dat nog? Ik wilde een keer naar mijn vriendin toe en ja hoor: mijn fiets was gejat. Op de Dam stond een man met een prachtige fiets. Hij sprak me aan en vroeg 25 gulden. Ik vond het goed, pakte de fiets en wilde wegrijden. Vroeg hij helemaal verbaasd wat ik van plan was. Wat bleek nou? Ik had het verkeerd begrepen! Hij verkocht wiet! We hebben hartelijk staan lachen met z’n tweeën. Maar ik word nooit meer aangesproken, dus er zal wel strenger op gecontroleerd worden.’

Foto Bob Bronshoff