In 1965 kwam ik ter wereld in het Luthers Diaconessen ziekenhuis in Amsterdam-Zuid, waar daarna jarenlang het stadsdeelkantoor was gevestigd. Al vrij snel verhuisden we naar de Van Nijenrodeweg in Buitenveldert, om uiteindelijk in Amstelveen terecht te komen. ‘Naarmate mijn vader meer ging verdienen, daalden we steeds iets verder af naar het zuiden’, zei ik wel eens voor de grap. Mijn familiehistorie gaat voor een deel terug in Amsterdam. In tegenstelling tot mijn grootouders van moeders kant, waren opa en oma van vaders kant echte Amsterdammers. Mijn oma was geboren op de Oudezijds Voorburgwal en als ze dat aan anderen vertelde, zei ze er steevast achteraan: ‘maar wel het nette gedeelte.’ Mijn vader zat in de reclame. Hij was een soort Mad Man –  maar dan wel een nette variant. Mijn moeder gaf bijscholingscursussen voor accountants, dus mijn broer en ik waren kinderen van werkende ouders.   

Als kind was ik vaak in de stad te vinden. Op mijn zestiende was ik goed bevriend met een jongen die van zijn oom anti-kraak mocht wonen op de Oudezijds Achterburgwal, maar wel het nette gedeelte. Dat was een te gekke tijd. We dronken een biertje op zijn tijd in de Reguliersdwarsstraat en gingen uit in de Richter, L’Entrée en De Korte Golf. Allemaal zaken die nu niet meer bestaan. Later schoven we op richting Het Spui en bezochten we kroegen als Hoppe, Dante en Luxembourg. Voor die tijd kwamen we ook regelmatig in Dansen Bij Jansen terecht, de discotheek waar nu mijn dochter van 18 naartoe gaat…    

Zelf voel ik me een echte Amsterdammer. Om te wonen kan ik geen andere stad ter wereld bedenken. Vergelijkingsmateriaal is er genoeg: ik heb onder meer gestudeerd in Los Angeles, Chicago en Mexico-stad en gewerkt in Londen. Dat waren pas échte steden, waar het hard werken was om van de ene naar de andere kant van de stad te komen. Amsterdam is wat dat betreft toch een combinatie van een grote stad waar alles is, maar waar het toch klein en gezellig blijft.

En nu woon ik alweer zestien jaar in de Rivierenbuurt. We kwamen er bij toeval terecht. Toen mijn vrouw en ik verliefd op elkaar werden, hadden we allebei nog een relatie. Daarna moesten we snel een woning zien te vinden en kwamen we in de Rivierenbuurt uit, waar buurtgenoten elkaar groeten op straat en het er best dorps aan toe kan gaan. Ik fiets in tien minuten naar het Leidseplein, vind het Amstelpark het meest onderschatte park van Amsterdam en geniet ook van het Martin Luther King Park, waar in augustus weer de Parade plaatsvindt. Tot zover mijn pleidooi over de Rivierenbuurt – maar dan wel het nette gedeelte!

Rick Nieman

FOTO RTL NIEUWS