In het boek Heroïne Godverdomme vertelt Doe Maar-drummer René van Collem wat hij meemaakte in de dertig jaar lange periode dat hij verslaafd was.

Je biografie trapt af in 1961, met Amsterdam als geboorteplaats…

‘… waar ik werd geboren in het OLVG. We woonden in de Lekstraat, maar zo’n drie jaar na mijn geboorte verhuisden we naar Zandvoort.’

‘Thuis is de sfeer gespannen en onveilig’, zo valt te lezen op je website. Wat bedoel je daarmee?

‘Mijn vader (tv-maker en filmjournalist Simon van Collem, red.) had een zwaar oorlogstrauma. Een groot deel van zijn familie is in Auschwitz gedood en dat heeft hij nooit verwerkt. Thuis was hij een heel andere man dan op tv. Er waren altijd spanningen, ruzies en toestanden.’

Waardoor kreeg je op je achtste al interesse om te gaan drummen?

‘Mijn vader had een kennis die een drumstel had en van hem kreeg ik een trommel waarop ik kon timmeren in de garage. Op school deed ik geen moer meer, behalve drumstellen tekenen en naar meisjes kijken. Op mijn zestiende ging ik van school af om me te fulltime te kunnen richten op het drummen.’

Wanneer kwam Doe Maar in beeld?

‘Op mijn achttiende hoorde ik dat de drummer van Doe Maar vertrok en mocht ik auditie doen. Dat hield niet veel meer in dan een beetje jammen. Henny speelde een reggae basloopje, Ernst, Jan en ik vielen in. Op een gegeven moment zeiden ze: goed, laten we het maar proberen. Een half jaar later ging het los en volgde de hysterie rondom Doe Maar.’

Gaat het daar mis met jou?

‘Nee, eigenlijk ging het voor Doe Maar al mis. De eerste keer dat ik wat gebruikte, was het wiet waar heroïne doorheen zat – zonder dat ik het wist, overigens. Omdat ik niet goed in mijn vel zat, had dat gelijk zo z’n uitwerking. Dertig jaar lang ben ik zwaar verslaafd geweest. Soms was ik een periode van de drugs af en soms was ik helemaal van de landkaart verdwenen.’

Waarom ben je zo lang verslaafd geweest?

‘Het lukte me niet om te stoppen en ik had geen thuisbasis laat staan wilskracht om op terug te vallen. Daarnaast is de reguliere hulpverlening – nog steeds – heel slecht. Ze doen aan damage control, in plaats van je ervan af te helpen. Pas veel later ontdekte ik het 12 Stappen Programma dat is gericht op totale abstinentie en gedragsverandering. ‘

Waarom heb je er een boek over geschreven?

‘Nu ik clean ben, is mijn leven in positieve zin volledig omgedraaid. Met mijn boek wil ik laten zien dat er ook hoop is als je net als ik in de zwaarste categorie bent terechtgekomen. Ik moest graven in kelders waar ik liever nooit meer was gekomen, maar vertel precies zoals alles gegaan is.’

Hoe gaat het nu met je?

‘Heel goed. Ik ben nu ruim vier jaar helemaal clean en heb een fantastische vrouw, die voor me gegaan is toen ik helemaal niks had. Ik voel me bijzonder en bevoorrecht.’

Foto Marjo Peppel-Kool