‘Op de Tuinstraat kwam ik ter wereld. Ik kwam uit een arbeidersgezin: mijn vader was sloper van beroep en mijn moeder was werkster. Mijn zus en ik verbleven veel bij Opoe, die naast ons woonde. In die tijd woonde je familie nooit ver van je vandaan en kon je altijd bij iedereen terecht. Je kon ook overal naar binnen, want bij de meeste huizen hing er een touwtje uit de deur. Regelmatig kwam het voor dat ik mijn opa uit de kroeg moest ophalen. Hij zat meestal in Café Het Bruine Paard op de Prinsengracht en zei dan steevast dat hij alleen met me meeging als ik een liedje zong. Daarna kreeg ik een stuiver of dubbeltje waar ik duimdrop voor haalde. Hoewel ik als kind veel zong, had ik geen idee wat ik later wilde worden. Ik dacht er zeker niet over na om een plaat te maken. Dat kwam later, toen we in Sint Pancras woonden. Iemand had me horen zingen bij de plaatselijke voetbalvereniging en gaf  me op voor een talentenjacht in de Casa Rosso. ‘Doe gewoon, daar ga ik echt niet heen’, zei ik. Ik had het naar mijn zin als metselaar en hoefde niet bekend te worden. Toch liet ik me overhalen door een aantal enthousiastelingen. Tijdens de wedstrijd zong ik liedjes van André Hazes, Johnny Jordaan en Willy Alberti’s Kijk Me Nog Eenmaal Aan. Ik werd tweede en ging huiswaarts met een goed advies van Tineke de Nooy, die in de jury zat. Ze vond dat ik snel met een eigen repertoire moest komen. Tekstschrijver Peter de Wijn had een liedje voor me liggen en dat was Ik Verscheurde Je Foto. Voordat ik het wist, was ik bekend en deed ik 500 optredens per jaar. Het nummer Gisteren Heeft Zij Me Verlaten werd in hetzelfde jaar uitgebracht en eind 1984 had ik een derde hit te pakken met Waarom Ben Ik Met Kerstmis Zo Alleen. Met drie hits stond ik in de top 10 en dat is tot op de dag van vandaag een record waar ik trots op ben. 

Hoewel ik al geruime tijd niet in Amsterdam woon, is het nog steeds mijn stad. Als ik door de Jordaan rijd en de Westertoren zie, dan huilt mijn hart van ontroering en flitsen er beelden voorbij van de mooie tijd die ik er heb gehad. Amsterdam, je zit in mijn hart en dat gaat er nooit meer uit.

Koos Alberts

Foto Rob Bogerd