Als je biefstuk bij Loetje eet, je kroketje bij Van Dobben en je taartjes bij Holtkamp haalt, ben je een echte Amsterdammer. Acteur Jeroen Krabbé is daar een goed voorbeeld van!

Je bent een echte Amsterdammer als… je in een Amsterdams ziekenhuis bent geboren

‘Nee, ik ben in 1944 thuis aan de Amstelkade geboren, toen er voor Joodse vrouwen geen ziekenhuizen meer waren. De Israëlische ziekenverpleging op de Weesperstraat was al ontruimd, Joodse artsen waren er niet meer en het was dus geen pretje voor een Joodse vrouw om in de Hongerwinter te bevallen. Door onze huisarts ben ik onder rampzalige omstandigheden ter wereld gebracht, want er was geen warmte, voedsel, helemaal niets.’

Je woorden gebruikt als achenebbisj, porem en godkolere

‘De Amsterdamse slang is doorspekt met dat soort termen. Zelf heb ik nooit een accent gehad. Sterker nog: mijn vader had vroeger liever niet dat ik met kinderen uit de buurt speelde die plat Amsterdams praatten. Toch ben ik wel van mening dat je ook accentloos Nederlands moet kunnen spreken als je een vak kiest waarbij het om taal gaat.’

Als je een grote mond hebt en het altijd beter weet

‘Oh ja, absoluut! Loop maar eens over de Albert Cuyp en luister naar wat ze roepen. Daar kunnen ze hun waar nog aanprijzen als het ligt te rotten in de kisten. En wat ik ook zo leuk vind aan Amsterdammers, is dat ze elkaar zo heerlijk kwaad kunnen bejegenen zonder kwaad in de zin te hebben.’

Ajax nog in De Meer hebt zien voetballen

‘Nee, want ik heb niks met voetbal. Maar het toeval wil dat ik ooit bij de roemruchte huldiging van Ajax met Cruyff in de Stadsschouwburg was. Ik moest daar ’s avonds spelen en ben toen achter ze gaan staan, tussen de hotemetoten in, omdat ik dacht: ‘zoiets maak ik nooit meer mee.’

Je biefstuk bij Loetje eet, je kroketje bij Van Dobben en je taartjes bij Holtkamp haalt

‘Wat ben ik het hier hartgrondig mee eens! Broodje van Kootje zou daar eigenlijk nog bij moeten. En je bent ook een echte Amsterdammer als je vroeger nog in de rij van de Cineac hebt gestaan en daar een patatje heb gegeten, die toen nog pommes frites heetten.’

Je wel eens meer dan een half uur naar parkeerplek hebt gezocht

‘Och, wat een ergernis is dat toch! Binnen de stadsgrenzen spring ik altijd op m’n fiets.’

Je wel in Carré, het DeLaMar, De Kleine Komedie hebt bezocht

‘Ik heb ze niet alleen bezocht, maar heb er ook gespeeld. Carré is beyond fantastisch. In mijn jeugd gingen we altijd naar het Kerstcircus en nog steeds ruik ik de paardenstallen als ik er ben en raak ik ontroerd door de zaal. In de De Kleine Komedie heb ik ook vaak gestaan en in het DeLaMar liggen ook veel voetstappen van mij. Met Vaslav speelde ik voor het eerst in het DeLaMar na de verbouwing en ook nog eens in de zaal die is vernoemd naar de dierbare Mary Dresselhuys.’

Foto Erwin Olaf