Inge de Bruijn woont al haar hele leven in Barendrecht, maar de voormalig topzwemster doet toch een gooi naar de betekenis van typisch Mokumse woorden. 

BOKKIE
(tram die expres hard remt)

‘Een Bokkie? Behalve het dier komt er geen associatie bij me binnen.’

BAANDERS
(benen)

‘Zijn dat je benen? Gelukkig, ik heb er in elk geval één goed. De laatste tijd ben ik weer keihard aan het trainen, liefst drie uur achter elkaar. Ik ben niet van het mooi zijn in de sportschool en in de spiegels kijken, maar ik wil gáán en zweten!’

GOUDKUST
(dure wijk)

‘Ik denk aan de serie Goudkust, maar dat zal het niet zijn toch?’

HANGJAS
(goed geklede man)

‘Een hangjas is toch een zeikerd?’

HEULER
(meeprater)

‘Dat klinkt als een huilebalk. Jammer, deze had ik moeten weten. Ik heb best veel slijmballen om me heen gehad.’

KRENTENWEGER
(gierigaard)

‘Tja, een krent is iemand die op z’n centen zit. Had ik meer moeten doen in mijn leven, dan hadden mensen niet zo’n misbruik van mij gemaakt.’

MEUK
(rotzooi)

‘Dat woord heb ik wel eens gehoord, maar ik kan er even niet opkomen.’


(de pest in hebben)

‘Dat heb ik regelmatig. Als ik merk dat mensen niet eerlijk tegen me zijn, heb ik accuut de pé in.’

ZWIJNEN
(mazzel hebben)

‘Zwijnen… zwijnenstal… schweinhund… nee, geen idee.’

BONKERS
(borsten)

‘Dat zullen tieten zijn! Mijn tweelingzus en mijn oudste zus hebben grote borsten, maar ik heb er niet mee in de rij gestaan. Bij mij is het klein, maar fijn en voor het zwemmen heb ik er alleen maar profijt mee gehad.’

Foto SBS