Waarom gaat de ene jongen op voetbal, terwijl een ander liever urenlang op zijn gitaar oefent? Henny Vrienten maakte er een theatervoorstelling en documentaire over. 

Bestaat er een generaliserende beschrijving van een gitaarjongen?

‘Ja, dat is een jongen die op jonge leeftijd een gitaar ziet, er verliefd op wordt, zorgt dat hij ‘m te pakken krijgt en daarna nooit meer loslaat. Dat is een analoog verhaal, dus niet alleen het mijne. Geen idee of het nou aan dat ding zelf ligt, of aan de droom die achter het instrument verscholen gaat.’

Wat was voor jou de fascinatie van een basgitaar?

‘De meeste bassisten zijn gemankeerde gitaristen. Ooit begonnen ze ijverig als gitarist, maar al snel bleek dat daar twee snaren teveel op zaten. Ik chargeer nu een beetje, al is het wel zo dat bassisten een bepaalde mentaliteit bezitten. Wij willen de diepte in en zijn ondersteunend en betrouwbaar. Een gitarist is vaak grilliger en onbetrouwbaarder, maar bereikt juist daardoor grote hoogtes.’

Toch is er ook een vooroordeel dat bassisten meestal de rustige types zijn die liever niet op de voorgrond treden…

‘Ik ben wat dat betreft de spreekwoordelijke afwijking. Overigens worstel ik daar ook wel eens mee. Bij Doe Maar concerten had ik het liefst met mijn ogen dicht en mijn achterwerk tegen de basversterker aan gestaan. Maar ja: dat zat er niet in, want ik moest ook zingen en voorop staan.’

Is er ergens een gitaar op de wereld te vinden waar jij nog altijd verlekkerd naar kijkt?

‘Dat zijn er wel meerdere! Net als bij mensen is het ook bij gitaren zo dat ze op een bepaalde leeftijd het lekkerst zijn. Bij gitaren is het alleen omgekeerd: hoe ouder de gitaar, hoe beter. Om die reden zou ik bijvoorbeeld graag de allereerste Telecaster or Precision Bass uit 1958 bezitten.’

Hou jij de nieuwe generatie gitaarjongetjes in de gaten?

‘Sterker nog: ik val soms achterover van de kunde, dynamiek en inspiratie van deze generatie. Dat is zowel bij buitenlandse als Nederlandse gitaristen het geval. Kijk naar jongens als Tim Knol en Bertolf en zo kan ik er nog wel honderden opnoemen.’

In de muziekwereld geniet jij de bijzondere status van een held. Heb je daar last of profijt van?

‘Dat laatste. Als ik een plannetje bedenk, is het makkelijker om die te realiseren dan wanneer niemand zou weten wie ik was. Wat dat betreft heb ik er profijt van, maar mijn grootste last is vervolgens dat het nooit níet goed mag zijn. Dat ik op straat regelmatig wordt omarmd als held is iets wat me nog altijd verbaast. Ik heb een heel andere voorstelling bij dat woord. Ik zie mezelf als iemand die de kans heeft gekregen om mooie dingen te maken en daar past alleen bescheidenheid bij.’

De concerten van Doe Maar zijn bijna definitief achter de rug, al hebben de fans nog altijd het idee dat jullie ooit tóch nog wel een keer bij elkaar komen. Hoe denk jij daarover?

‘Nee, wij hebben serieus besloten om er een punt achter te zetten. Kijk, iemand als B.B. King kan tot zijn vijfennegentigste op zijn kruk blijven zitten. Statistisch gezien komt het voor ons dichterbij dat bijvoorbeeld onze stemmen minder worden, of dat stukken naar beneden getransponeerd moeten worden omdat we er niet meer bij kunnen. Of dat we niet meer kunnen swingen omdat we net een nieuwe heup hebben gekregen. Ik vind het echt niet erg om oud te worden, maar ik ben wel allergisch voor verschijnselen van verval.’   

Foto Top Notch