Nog elke dag bevindt Frits Bolkestein zich in zijn werkappartement aan de Amstel. Genietend van het uitzicht en de rust haalt de rasechte Amsterdammer daar de intellectuele bezigheden in waar hij in zijn carrière nooit aan toekwam…

U bent weliswaar een echte Amsterdammer, maar wordt u na jarenlang op het Haagse Binnenhof en in het buitenland te hebben gebivakkeerd ook als zodanig beschouwd?

‘Toen ik nog in de politiek zat, werd mij vaak de vraag gesteld wat voor een man ik nou eigenlijk was. Mijn standaard antwoord was altijd: ‘ik ben een Amsterdamse koopman’. Ik ben er geboren en getogen en het is de stad waarin ik mij thuisvoel. Ook mijn familiehistorie gaat terug in Amsterdam. Mijn overgrootvader was melkslijter op het Frederiksplein. In een kelderwoning werden daar mijn grootvader Gerrit en zijn jongere broer Hendrik geboren en grootgebracht. Mijn vader werd weliswaar geboren in Nijmegen, maar ook hij woonde en werkte in Amsterdam als advocaat, rechter, raadsheer en President van het Hof.’

Uw grootvader Gerrit was ook een politicus en werd in 1939 minister in het kabinet De Geer II. Kwam het door hem dat u interesse voor een politieke carrière kreeg?

‘Oh nee, absoluut niet, zelfs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bivakkeerde hij net als alle andere leden van het kabinet in London. Ik leerde hem pas kennen toen hij terugkwam, maar toen was hij al oud. En ik was jong, had niet zoveel met hem gemeen en bovendien woonde hij in Den Haag.’

In de jaren ’50 studeerde u wis- en natuurkunde, wijsbegeerte en Grieks in de Verenigde Staten, gevolgd door een studie economie in London. Keerde u daarna terug naar een vaste stek in Amsterdam?

‘Nee, ik heb eigenlijk op vrij veel plekken in Amsterdam gewoond. Vlak voordat ik ging studeren woonde ik met mijn ouders op het Olympiaplein. Na mijn studie in Amerika woonde ik op verschillende plaatsen. Zo herinner ik mij de korte periodes in woningen aan de Herenmarkt en de Spuistraat en daarna had ik wat langere tijd een riante kamer aan de Bloemgracht nummer 29.’

Miste u Amsterdam in de jaren dat u in het buitenland bivakkeerde?

‘Toen niet, nee. Ik was helemaal ‘involved’ en ondergedompeld in de Verenigde Staten. Ik kwam aan in New York, waarna ik eerst een lange treinreis naar het westen maakte. Daarna had ik voldoende op mijn bord en dat nam mijn tijd volledig in beslag. Denk daarbij aan het me aanpassen aan de Amerikaanse beschaving en leefwijze en vergeet ook niet het spreken van de taal. Ik sprak al redelijk goed Engels toen ik er naartoe ging, maar voor mijn studie moest ik flink aanpoten. Dat was niet altijd even eenvoudig.’

Ziet u zichzelf als een kosmopoliet?

‘Absoluut. Voor zowel studie als werk heb ik veel in het buitenland gezeten en daarnaast heb ik ook altijd veel gereisd. Overal weet ik mijn weg wel te vinden, maar toch keer ik na drukke en inspannende tijden graag terug naar Amsterdam.’

Heeft u nooit het burgermeesterschap van Amsterdam geambieerd?

‘Nee, dat is niks voor mij. Vraag me niet waarom, maar dat heeft er gewoon nooit ingezeten en dat zal ik ook nooit worden. Al ben ik nu natuurlijk te oud om het überhaupt nog te ambiëren…’

Wat valt u op als u door uw geliefde Amsterdam wandelt?

‘Ik zou willen dat de stad weer net zo schoon was als in de jaren ’50. Ook is het mijn indruk dat mensen minder aardig voor elkaar zijn geworden en dat vind ik geen vooruitgang. Overigens is dat niet iets wat ik aan den lijve ondervind, maar meer iets wat ik zie en lees.’

U heeft ontzettend veel gestudeerd, hard gewerkt en zelfs op dit moment bent u nog elke dag in uw werkkamer te vinden. Wat is daarvan de reden?

‘Allereerst geniet ik hier van het uitzicht en van de rust. Daarnaast ben ik een zeer nieuwsgierig en leergierig mens en heb ik een hoge mate van interesse in zaken als theologie, recht, klassieke literatuur en Griekse taal en letterkunde. Met lezen en schrijven vul ik mijn dagen. In mijn carrière heb ik mij lange tijd laten leiden door wat er op mijn pad kwam. Vaak waren dat praktische zaken die weinig tijd overlieten voor intellectuele bezigheden en die haal ik nu ruimschoots in.’

Wat vindt u van de moderne tijd waarin zaken als Twitter en Facebook – ook in de politiek – steeds belangrijker worden?

‘Ik heb er niets op tegen, maar zelf ben ik een digibeet. Ik verdiep mij niet in zaken als Facebook en heb daar eerlijk gezegd ook niet zoveel behoefte aan. E-mails worden voor mij geprint door mijn medewerkster, waar ik dan vervolgens een antwoord onder krabbel. En dat systeem werkt eigenlijk net zo goed!’

Foto William Rutten