Frans Bauer heeft al tientallen keren opgetreden in Amsterdam. Is deze geboren Brabander inmiddels al een beetje ingeburgerd in onze mooie hoofdstad? Tijd voor een cursusje plat Amsterdams!


ASBAK
(makkelijk te versieren meisje)

‘Is dat iemand die niet leuk is, of een beetje vals? Niet gek dat ik deze fout heb, want ik heb niks met versieren. Ik ben al tweeëntwintig jaar samen met mijn allereerste liefde en dat ging vanzelf.’

BEFGAJES
(rechters en advocaten)

‘Sjieke lui uit de advocatuur? Gelukkig heb ik weinig geschillen en heb ik ze alleen nodig om contracten te regelen.’

BOEREN
(alles buiten Amsterdam)

‘Volgens mij zijn dat mensen zoals ik, die niet in Amsterdam wonen? Laten we ervan uitgaan dat het een compliment is, toch?’

BUIKSCHUIVER
(brommer)

‘Is dat iets van diarree? Oh, een brommer. Tja, die heb ik nooit gehad. Ik ging liever met de bus naar school, omdat ik een buikschuiver te koud vond.’

GLEUVENGLIJER
(trambestuurder)

‘Mijn eerste associatie is wat anders, maar toevallig weet ik dat ze hiermee een tramchauffeur bedoelen!’

HAARLEMMERDIJKIE
(flauwekulletje)

‘Geen gekheid, ofzo? Ik vind het erg leuk om grappen uit te halen. Maar ik ben ook zo sportief dat ik ertegen kan als ikzelf in de maling word genomen.’

JAN DE WANDELAAR
(Johnny Walker whiskey)

‘Dat is iets van sterke drank, toch? Thuis drink ik wel eens een wijntje of cognacje als ik vrij ben, maar verder hou ik me bewust een beetje in met drank. Als artiest vind ik dat je het goede voorbeeld moet geven.’

LINKMIECHEL
(gluiperd)

‘Die ken ik: dat is een onbetrouwbaar persoon. Mijn vader zegt altijd dat je je vijanden dichtbij je moet houden om ze te controleren. Maar ja, sommige linkmiechels hou ik het liefst toch maar zo ver mogelijk bij me vandaan.’

PINGELEN
(iets van de prijs af proberen te krijgen)

‘Afdingen? Ook in het artiestenvak is het vaak onderhandelen geblazen om er een zo goed mogelijke prijs uit te slepen.’

WIEBEREN
(wegwezen)

‘Oprotten, zeg maar, toch? Tja, ik ben een jongen van de straat, dus ik ken dat soort woorden wel!’

Foto William Rutten