Is de politie je beste vriend? Politiewoordvoerder Ellie Lust reageert op een aantal pittige (vooronder)stellingen.

‘De politie doet niks met aangiftes’

‘Ik zou het jammer vinden als dat wordt gedacht, want dat doen we wel. Toch wordt er bij elke aangifte een afweging gemaakt wat de opsporingskans is. Vaak is er sprake van onbekende daders.’

‘De politie is bang voor Marokkanen’

‘Absoluut niet. En ik hoop dat Marokkaanse Amsterdammers ook niet bang zijn voor de politie. Ook wil ik benadrukken dat veel mensen binnen de Marokkaanse gemeenschap uitstekend functioneren op school of op hun werk. De Marokkaanse Nederlanders hebben een negatief imago gekregen door een heel kleine groep en ik hoop dat daar snel verandering in komt.’

‘De politie arriveert altijd te laat’

‘Dat klopt, want er is altijd eerst iets gebeurd. Tenzij we iets op heterdaad zien, natuurlijk. En gelukkig zijn we óók vaak op tijd.’

‘De politie laat criminelen elkaar afknallen’

‘Ik denk dat de gemiddelde Amsterdammer dat weleens denkt, maar elk geweldsdelict wordt door ons onderzocht. Wij willen altijd weten wie de dader is en zullen daarbij nooit onderscheid maken tussen een crimineel of een gewone burger.’

‘De wijkagent doet niks’

‘Ik ben jarenlang wijkagent geweest. Zodoende weet ik dat je het ontzettend druk hebt, maar wel met meldingen die geen spoed hebben. Wat je ziet, zijn controles, bekeuringen, hardrijdende politiewagens, of collega’s die bij een afzetlint staan. Achter gesloten deuren houden we ons ook bezig met mensen die zorg nodig hebben, alcoholist zijn, drugsverslaafd, of te maken hebben met huiselijk geweld, kindermishandeling of overlast. De wijkagent houdt zich daarmee bezig.’ 

‘De politie moet daadkrachtiger optreden om respect af te dwingen’

‘Allereerst: hoe definieer je daadkracht? Geweld uitoefenen of iemand tegen de muur zetten is daar geen onderdeel van. In Amsterdam hebben wij fantastische politieagenten die zeer daadkrachtig en heldhaftig optreden als dat nodig is. Het is belangrijker om je af te vragen welke politie er bij de Amsterdammer past. We leven in een stad met mondige mensen die prima in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Zodra het de spuigaten uitloopt, komen we echt wel. Maar niet voor elk wissewasje.’