Zanger Thé Lau overleed in 2015 op 62-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker. Enkele weken na zijn dood werd er bij zijn vrouw Marijke borstkanker met een uitzaaiing geconstateerd. Hoe gaat zij om met alle emoties die bij kanker vaak om de hoek komen kijken?

WOEDE

‘Af en toe moet ik switchen van het verhaal van de vrouw in rouw wiens man net aan kanker is overleden naar de de vrouw die nu zelf kanker heeft. Het moment dat Thé te horen kreeg dat hij was uitbehandeld, ervaarde hij als een bijl in zijn nek. De prognose dat hij nog zo’n zes tot negen maanden te leven had, was heel erg schrikken. Boos is hij nooit geweest en dat ben ik nu ook niet. Woede lost niks op. Op wie moet je boos zijn, op de goden? Op de wetenschap die nog niet zo ver is om de ziekte te grazen te nemen? Nee, er is niks aan te veranderen, het is wat het is.’

SCHULDGEVOELENS

‘Het had bij Thé misschien eerder geconstateerd kunnen worden, maar aan de andere kant rent niemand met keelklachten meteen naar het ziekenhuis. Bij een eerste hoest denk je ook niet aan longkanker. Hij liep al een tijdje rond met keelpijn, maar ja… hij was zanger en die hebben vaak last van hun keel. Bovendien was het een periode waarin de griep heerste. Na een periode van Strepsils en Trachitol en een antibioticumkuur werd na een onderzoek meteen duidelijk dat het kanker was. Iets wat ik graag wil rechtzetten, is het verhaal dat ik voor Thé verborgen heb gehouden dat ik borstkanker heb. Thé is op 23 juni overleden en pas op 13 juli kreeg ik te horen dat ik kanker heb. Dat was niet alleen bizar, maar ook heel verwarrend. De rouwperiode was na alle drukte van het afscheid nog maar amper begonnen. Voor die tijd leefden we al 2 jaar op Planeet Kanker en in mijn geval moest ik er nog even blijven. Gevoelens als woede, me teneerslagen of schuldig voelen zijn helemaal niet aan de orde.’

PRIKKELBAAR

‘Als je accepteert dat je er niks aan kan veranderen, kun je alles maar beter zo goed mogelijk ondergaan. Het heeft geen enkele zin om je tijd te steken in nodeloze nutteloosheid, of prikkelbaarheid, of woede. Hope for the best, butprepare for the worst! Deze wijsheid van Prof. Dr. Bing Tan van het Antoni van Leeuwenhoek, die een belangrijke vriend werd, gaf Thé kracht en berusting.’

HOOP

‘Ik hoop allereerst natuurlijk dat ik blijf leven, zo simpel is het. Het zou voor mijn zoons een drama zijn als ze nu ook nog hun moeder kwijtraken. Maar hoop kun je niet krijgen of geven, maar moed wel. Ook na een borstamputatie, waarvan de reconstructie volgt in juni, chemotherapie en een bestralingsperiode probeer ik er alles van te maken. Het is toch vreselijk om er als een treurwilg bij te gaan hangen als dat niet nodig is? Ik worstel niet met doodgaan, maar zit juist middenin een genezingsproces. En ook daarbij geldt: carpe diem!’

SOMBERHEID

‘Ik heb heus wel eens dips, maar het scheelt enorm dat mijn zoons hier dagelijks in en uit lopen en er plenty vrienden en kennissen langskomen. Wat dat betreft is er genoeg reuring in de tent en ook als ik hartstikke moe ben ga ik er iedere dag op uit.’

BLIJDSCHAP

‘Vreugde zoek ik zelf op en dat is enorm belangrijk. Ook mindfulness draagt daartoe bij. Zelfs zonder Thé kan ik écht blij zijn. Ik geniet van mooie dingen als boeken, muziek, kunst, goede conversaties en grappen. Blij zijn zit ‘m in de kleinste dingen. Gisteren zag ik nog een prachtige regenboog en vorige week hing er zelfs een kanjer over de hele Spaarndammerstraat.’

ANGST

‘Ik ben angstig voor nieuwe uitzaaiingen en ik denk dat iedere kankerpatiënt daar last van heeft tot je te horen krijgt dat je uit de gevarenzone bent. Het is niet zo dat ik voortdurend wankel, maar ik ben wel alert als ik last van iets heb wat niet binnen de gebruikelijke bijwerkingen past.’

OPEN

‘Tot op het laatste moment wilde Thé, zo broos als hij was, alles het liefste zelf doen. In de laatste week voor zijn euthanasie had hij een enorme opleving en wilde hij bij RTL Late Night enthousiast komen vertellen over zijn boek De Grote Vakantie. Ook wilde hij de boodschap uitdragen dat je nergens bang voor hoeft te zijn. Thé wilde zich niet laren ringeloren of beknotten en was totaal niet bang voor de dood. Hetzelfde geldt voor mij. Niet dat ik het nodig heb om mijn verhaal van de daken te schreeuwen, maar ik schaam me er ook niet voor om erover te praten.’ 

DANKBAARHEID

‘Ook als je de kans hebt gekregen om afscheid van elkaar te nemen, is het nooit afgerond genoeg. Ik vind het vreselijk dat Thé dood is, maar ik denk tegelijkertijd terug aan alle mooie, goede, fijne, waardevolle en inspirerende dingen die we samen hebben meegemaakt. Ik weet niet of dankbaar het goede woord is, maar ik kijk terug op een toffe tijd van dertig jaar samen terwijl ik me ondertussen volledig richt op mijn herstel. Ver vooruit kijken doe ik niet. Ik moet hier eerst doorheen. Overleven is mijn speerpunt.’