Zeventien jaar na Que Si, Que No heeft Jody Bernal (35) met La Colegiala opnieuw een zomerhit te pakken. Met dank aan Amsterdam, de stad waarin hij zijn geluk meer dan succesvol heeft beproefd.

Interview Martijn van Stuyvenberg 

Wat is het verhaal achter La Colegiala, de zomerhit van 2017?
‘Toen ik twaalf jaar oud was, liep ik door De Slegte in Rotterdam – sorry Amsterdammers! Ik was op zoek naar Colombiaanse muziek en kocht een cd waarop dit nummer stond. Ik heb La Colegiala he-le-maal grijsgedraaid. Toen ik jaren later na het succes van Que Si, Que No zelf een album mocht opnemen, wilde ik per se La Colegiala erop hebben. ‘Goed nummer, doen we’, zei m’n platenbaas. Achttien jaar later kwamen de producers The Boy Next Door en Fresh Coast naar me toe met de vraag of ik een Spaanstalige plaat wilde inzingen. Toen ik de titel zag, kreeg ik meteen kippenvel: het was wéér La Colegiala!’

‘En daar is Jody Bernal weer’, wordt er dan overal geschreven.
‘Ik begrijp waarom ze dat zeggen, maar ik ben eigenlijk nooit weggeweest. In de laatste jaren bouwde ik in Amsterdam mijn DJ-carrière op. Eerst in Club NYX en inmiddels draai ik ook in verschillende clubs en op festivals.’

Als er íemand is die Amsterdam by night moet kennen, ben jij het wel. Wat zijn je nachtelijke aanraders?
‘Van een shoarma’tje bij Ali Baba op de Rozengracht tot een afzakkertje of snack bij Cannibale Royale in de Handboogstraat: ik ken inderdaad alle kroegjes en tenten die tot laat open zijn. Inmiddels heb ik het mezelf een beetje afgeleerd om ’s nachts te gaan snacken. Ik ga liever direct door naar huis en trakteer mezelf dan op de zondagavond op een lekkere maaltijd van New King op de Zeedijk of Thais restaurant Rakang aan de Elandsgracht. En nu we het toch over restaurantjes hebben: ook Pata Negra is en blijft een favorietje.’

Wanneer ben jij in Amsterdam komen wonen?
‘Ruim tien jaar geleden, na eerst heel lang in Delft te hebben gewoond. Ik wilde altijd al in Amsterdam wonen, omdat ik me er direct thuisvoelde. Na een tijdje huren in Osdorp kwam ik op het Borneo-eiland terecht en op deze waanzinnig mooie plek woon ik nog steeds.’

Voel je je inmiddels ook een Amsterdammer?
‘Absoluut! Als ik met mijn bootje over de Amsterdamse grachten vaar, ben ik volmaakt gelukkig. Maar ook als ik met mijn seizoenskaart in de Johan Cruijff Arena zit om als echte Ajacied in hart en nieren het elftal aan te moedigen. En vanochtend was ik op het kinderdagverblijf van mijn dochter, waar ik allemaal verschillende ouders tegen het lijf liep: jong, oud, homo, hetero, mannen in pakken, vrouwen met een bandana of hoofddoek. ‘Wat ben ik er toch trots op dat ik hier woon en mijn dochter hier naartoe mag brengen’, dacht ik.’

Hoe stippel jij je toekomstige carrière uit?
‘Ik maak elk jaar een to-do lijstje, maar vaak loopt alles anders dan gepland. Het succes van La Colegiala had ik van tevoren ook niet kunnen bedenken, maar het is me bijvoorbeeld wel gelukt om te tekenen bij Spinnin’ Records en om het feest Sjiek de Friemel by Jody Bernal op nieuwe locaties te lanceren. Het is en blijft altijd moeilijk om je te focussen op je plannen zodra je een onverwachts succes boekt. Om die reden is het voor mij vooral belangrijk om lekker bezig te zijn.’

Wat zijn de grootste verschillen tussen het leven mét een zomerhit en zonder?
‘Zonder zomerhit is het allemaal een stuk relaxter. De laatste tijd zijn er veel boekingen en interviewaanvragen bijgekomen. Als DJ kennen ze me op een heel andere manier dan als zanger. Veel jongeren kennen bijvoorbeeld het nummer Que Si, Que No wel, maar weten niet dat ik daar achter zit. Soms leidt dat tot grappige gesprekken, omdat ze me altijd in een hokje willen stoppen. ‘Ga je nu weer zingen?’ wordt me de laatste tijd vaak gevraagd. ‘Nee, ik draai nog steeds, maar ik blijf ook platen maken’, is dan mijn antwoord.’

Wordt Jody Bernal eigenlijk voldoende gewaardeerd in Nederland?
‘Dat is moeilijk om over mezelf te zeggen. Wat me opvalt, is dat mensen soms een heel ander beeld van me hebben, op welke manier dan ook. ‘Ik wist niet dat je zo relaxed en tof was’, zei laatst iemand tegen me. En weer een ander had niet gedacht dat ik zó goed kon draaien. Ze hebben dan kennelijk toch een heel andere voorstelling van me, waarschijnlijk omdat ze nog bij mijn tienertijd en Que Si, Que No zijn blijven hangen. Wat er daarna met me gebeurde, is voor velen onbekend. Misschien kennen ze me niet goed genoeg en ik denk dat het daardoor alleen maar kan meevallen, haha.’