‘Ik ga voor het eeuwige leven’ 

‘Sommige Amsterdammers beschouwen zichzelf als het middelpunt van de aarde’

DOOD is een tijdschrift over de dood, maar volgens de makers zeker geen zwartgallig en somber blad. Doodleuk legden we hoofdredacteur Katja Schuurman (41) een aantal bekende spreekwoorden voor…

Interview Martijn van Stuyvenberg

Is jouw instelling die van de dood of de gladiolen?

‘In de zin van alles of niets? Ja, dan ga ik sowieso voor alles, natuurlijk! Met de jaren ben ik daar wel iets wijzer in geworden. Vroeger zei ik overal ‘ja’ op, maar inmiddels weet ik dat de race om álles te willen zien en ervaren er juist toe leidt dat je het tegenovergestelde bereikt. Af en toe maak ik een prioriteitenlijstje waarop de dingen staan die ik écht wil doen. En als ik er dan voor ga, doe ik het met honderd procent liefde en inzet.’

Is er weleens een moment geweest waarbij je op een dood spoor terecht was gekomen?

‘Voor mijn gevoel ben ik nog altijd bezig met de vraag: wat ga ik later nou écht doen en wat is mijn grootste missie? Als ik het antwoord op die vragen niet snel genoeg kan formuleren, voelt het weleens alsof ik op een dood spoor ben beland of aan een dood paard trek.’

Waaraan heb je een broertje dood?

‘Ik kan heel slecht tegen assertieve, zelfingenomen mensen. Met een beetje assertief zijn is niets mis, maar sommige Amsterdammers kunnen zichzelf – met name in het verkeer – zo ontzettend als het middelpunt van de aarde beschouwen. Je kent ze wel: van die types die je hoofdschuddend terechtwijzen als je eens een keer foutje maakt. Dat belerende vingertje vind ik echt superirritant. We moeten allemaal van A naar B, dus geef elkaar de ruimte en geef me zeker niet het gevoel dat ik in een game ben terechtgekomen waarbij ik de maximale score moet zien te behalen.’

Wat is nog meer een nagel aan je doodskist in 020?

‘Ik heb toevallig vandaag drie afspraken in de stad en ik zie alleen maar mannen in gele jasjes die het verkeer tegenhouden of omleiden. Toen vanochtend mijn 3G uitviel, was ik meteen verdwaald en kwam ik overal bijna een half uur te laat. Hartstikke goed dat ze deze prachtige stad zo mooi proberen te houden, maar moet dat logistiek gezien nou echt overal en nergens plaatsvinden? Afgezien van het gebrek aan parkeerplaatsen is dat mijn grootste ergernis.’

Welk verhaal over jou is om de dooie dood niet waar?

‘Ik vind het heel vervelend als anderen een beeld van me hebben dat nergens op gebaseerd is. Ik heb er totaal geen moeite mee dat je me niet aardig vindt als je kennis met me hebt gemaakt, maar ik vind het wel merkwaardig als je je mening ventileert op basis van een beeld dat je van me hebt. In zo’n geval denk ik: heb je dan echt niks belangrijkers te doen?’

‘Wie de dood heeft gezien, is blij met koorts’. Wat vind je van deze uitdrukking?

‘In het verkeer heb ik een aantal situaties meegemaakt waarbij ik overduidelijk meerdere engeltjes op mijn schouders had. Ik ben een keer viermaal over de kop geslagen en in de vangrail beland, waarna ik slechts een krasje op mijn hand had. Het was niet zo dat ik toen de dood in de ogen keek, maar het heeft me andermaal duidelijk gemaakt dat alles relatief is.’

En de dood heeft geen kalender…

‘Hou op, hoor! Ik ga voor het eeuwige leven, dus ik heb geen kalender nodig!’

‘Het doodshemd heeft geen zakken’ is meer van toepassing?

‘Ja natuurlijk! Ik had heel veel geld op de bank kunnen hebben, maar dat is helaas niet het geval. Waarschijnlijk heb ik een groot deel uitgegeven aan reizen, eten en drinken, maar ik kan gelukkig nog steeds doen en laten wat ik wil. En dát zie ik als mijn allergrootste rijkdom.’

Wordt het Zorgvlied waar je na je laatste ademnood onder de groene zoden rust?

‘Nee, want ik ga niet onder de groene zoden. Mocht ik onverhoopts toch sterven, ben ik bij voorkeur heel geïntrigeerd door cryonisme – oftewel: je laten invriezen. Als het ooit mogelijk wordt, mogen ze me meteen weer ontdooien.’

Hoe wil je herinnerd worden als je dood en begraven bent?

‘Op de vrouw die wereldvrede bracht, haha. Nee serieus: ik ben nog steeds bezig met leven vóór de dood, al hoop ik natuurlijk wel dat er met warme gevoelens aan me wordt teruggedacht.’

Katja over Amsterdam

‘Op mijn negentiende kwam ik terecht op de Bos en Lommerweg en voelde ik de vrijheid van deze fantastische stad. En nog steeds vind ik het heerlijk om in Amsterdam te zijn. Ik heb heel veel wereldsteden bezocht waarin ik me helemaal niet zo thuisvoelde, maar Amsterdam is altijd bruisend en knus tegelijk.’