Apenstreken is de eerste Nederlandse film die volledig in 3D is opgenomen. Een kleine rol is weggelegd voor Arjan Ederveen (58), die een sinistere man speelt in deze naar eigen zeggen ‘Ot en Sien-achtige vrolijkheid’.

Je bent geboren in 1956 in Hilversum. Uit wat voor gezin kom je?
‘Als je dat jaartal hoort, denkt iedereen: die man komt zelf nog uit de tijd van Ot en Sien en Aap, Noot, Mies! Mijn ouders hadden elkaar leren kennen via het vak. Mijn vader was goochelaar en mijn moeder zat bij het cabaret, dus ik was een gevalletje ‘de appel valt niet ver van de boom’.’

Wanneer vertrok je voor het eerst richting Amsterdam?
‘Op mijn achttiende werd ik aangenomen op de Kleinkunstacademie. Dat was voor een Hilversummer natuurlijk een heel spannend avontuur. Ik kwam terecht in een kraakpand, want zo kwam je in die tijd aan je woning.’

Vind je de stad er in de loop der jaren leuker op geworden?
‘Leuk of niet leuk is een te makkelijke tweedeling. De stad is anders, rijker en drukker geworden. Ik ben van een andere generatie, dus ik vind het moeilijk om daarover te oordelen. Als ik nu achttien was geweest, had ik de stad waarschijnlijk ook weer helemaal top gevonden.’

Je bent er in elk geval nooit weggegaan…
‘Ja, ze moeten mij eruit dragen. Ik woon in een heel fijn huis met buren die ik al jaren ken. Amsterdam, ik zit hier te spinnen als een poes!’

Volgend jaar word je zestig. En dan nog zeven jaar en met pensioen, of blijf je apenstreken uithalen?
‘Dat laatste. Mijn creativiteit blijft wel pruttelen. Ik heb mezelf een enorme worst voor de neus gehouden door alvast te besluiten dat ik in het jaar dat ik zestig word even geen theaterproducties doe. Ik wil dan meer vrije tijd om te gaan reizen. Daarna zie ik wel weer wat er op mijn pad komt, of dat het vlammetje uitgaat.’

Apenstreken is vanaf 10 juni te zien in de bioscoop!