Jan Siemerink is de nieuwe teammanager. De multimiljonaire oud-tennisser volgt de honkballer Tjerk Smeets op. De nieuwe cross-over komt bijna vijf jaar nadat David Endt op een zijspoor werd geflikkerd. Hij was net zoals Bobby Haarms en Sjakie Wolfs vergroeid met Ajax en niet in te delen in kampen (Van Gaal of Cruijff). Hij kon met iedereen – die vóór Ajax is – door één en dezelfde deur en dit Labradorkarakter werd hem noodlottig. Hij stond zowel naast Louis als naast Johan te ‘kwispelen’. Hondstrouw aan zijn Ajax.
Wat de toegevoegde waarde van de zoon van Mart is geweest is net zo onpeilbaar als die van de hockeyer Hans Jorritsma, die bij Oranje ruim twintig jaar hand- en spandiensten aan ladingen internationals heeft verleend. Endt werd verweten organisatorische steken te laten vallen. Over catcher Tjerk echter geen wanklanken. Nu strekt een rood-wit hart of -verleden wel tot aanbeveling, maar het is natuurlijk geen voorwaarde om te slagen als teammanager.
Criterium zal nu ongetwijfeld zijn: het hebben gepresteerd in een topsportklimaat. Smeets werd zowel nationaal als Europees kampioen, roerde zijn pa tot tranen op de Olympische Spelen (Peking 2006), maar speelde nooit in het walhalla van de Major League Baseball. De aanstelling van Siemerink is voor Ajax een stap hoger. Jan reikte tot de veertiende plek op de wereldranglijst, won 15 toernooien, kwam uit op 2 Spelen en stond bij Grand Slams in 1 kwart en 2 halve finales. Bovendien was hij jarenlang coach van het Nederlandse Davis Cupteam.
Het is niet ondenkbeeldig dat Tjerk de jongens op De Toekomst met zijn ervaringen uit het honkbal heeft proberen te inspireren. Het zou me niet verbazen als hij bij teleurstellingen de selectie de quote ‘It ain’t over till it’s over’ van New York Yankee Yogi Berra heeft voorgehouden.
Siemerink hoeft alleen maar te denken aan een legende waar hij zelf nooit tegen tenniste, of te bellen met Jan Reker. De oud-voetbaltrainer leek het een goed idee om duels waarin Jimmy Connors zich werkelijk van alles permitteert om een vijfsetter – waarin hij de eerste 2 sets kansloos heeft verloren – alsnog in zijn voordeel om te draaien, als motiverend voorbeeld aan zijn ploeg te tonen. De instelling van deze ultieme ‘Comeback Kid’ zou heerlijk kunnen stroken met het elan van ‘Dapp’re strijders, fier en koen’.
Op Wimbledon (’75) beloofde het gevreesde servicekanon Roscoe Tanner dat hij ‘Jimbo’ met een bombardement van aces zou verpletteren. Waarop Connors aankondigde Tanners services tweemaal zo hard langs hem heen terug te jagen. Hij hield woord en zijn returns bleken onhoudbaar. Jan kan aan de bak.

Robert Leon, dutchfellow.wordpress.com