Ik moet altijd een klein beetje gniffelen als ik hem zie of zijn naam hoor. Dat is misschien niet netjes, maar Arre Zuurmond is dan ook iemand die een toepasselijke achternaam draagt en de knappe prestatie leverde om van zuurmonderij zijn beroep te maken. De gemeentelijke ombudsman van Amsterdam doet mij denken aan mijn vroegere bovenbuurman op de Haarlemmerstraat. Zodra ik twee accoorden op mijn gitaar speelde, bonkte hij op de muur en begon hij flink te stampvoeten. Als ik hem een uur later op straat tegenkwam, zei hij allervriendelijkst gedag.

Terug naar Arre. Als ‘ie ergens opduikt, gaat bij mij het ‘zeikerd-alert’ af. Hij heeft de ontevreden blik van iemand die altijd ergens meer van had verwacht. Zo iemand die als kind genoot van De Efteling, maar de formule van het pretpark nu ‘wat sleets’ noemt. Zo’n man die AT5 belt dat hij gaat verkassen naar de Houthavens, omdat hij in Oud-West vervreemd is geraakt van zijn buurt omdat alle buren inmiddels zijn overleden of verhuisd. Zo’n type dat op een feestje zuinigjes naar zijn horloge staart en vervolgens zegt: ‘nou, dit is écht mijn allerlaatste fluitje hoor, ik moet morgen weer vroeg op.’

Arre heeft zijn stulpje aan de Wallen na vierenhalve maand verlaten. Ondanks de woningnood kreeg de bofkont er een appartementje toegewezen om zelf te ervaren hoe druk het er is. In een eerste reactie gaf hij aan dat het hem stoorde dat er ’s nachts zo werd gegild. Hij maakte zelfs een half uur durende ruzie van een stelletje mee. In gedachten zag ik Zuurmond met zijn oor omhoog onder zijn op een kier geopende raam voor de verwarming liggen luisteren naar het onverstaanbare gebrabbel van twee Engelse Tokkies. Op Twitter was hij iets langer van stof: ‘meer dan 150 mensen gesproken, boeken, rapporten gelezen en talloze rondes gemaakt.’ Overijverige Arre hoopt op 13 januari de resultaten van zijn onderzoek in een links georiënteerde instelling nabij het Leidseplein aan onze eveneens links georiënteerde burgemeester te presenteren. Gelukkig had Arre ook weleens een positieve bui, maar ook daar moest ik weer om gieren. ‘Het zijn hele mooie huizen hier en het is net een klein dorpje. Je kent de mensen, het is lekker dichtbij het station en je kunt alles op het fietsje doen of lopend, dus ik vind het allemaal wel erg lekker.’ Potverdorie, dat zijn toch opzienbarende bevindingen van heb ik jou daar! Ik ben heel benieuwd naar de rest van het verhaal van Ons Aller Arre. Ik hoop alleen wel dat ze zijn weemoedige Wallen-memoires met een korreltje zout nemen. Want je weet: waar het hart van een Amsterdammer vol van is, loopt de mond soms zuur van over…

XXX
Martijn van Stuyvenberg
Hoofdredacteur Mokum Magazine