De maandelijkse column van de Hoofdredacteur nr. 4.17 VOLGT!!!
Terwijl ik op een bankje aan de Brouwersgracht wat voor me uit zat te staren, plaatste een wat oudere man zijn fiets naast mijn zonnige mijmerplek. Met zijn kin iets omhoog en zijn mondhoeken naar beneden keek hij me afkeurend aan, met de blik van iemand die de dader met zekerheid heeft herkend. Terwijl ik op mijn beurt zijn fiets bekeek, liep hij hoofdschuddend een rondje om het bankje. ‘Een vlakgummetje’, wees hij resoluut naar mij. ‘Een vlakgummetje?’ herhaalde ik verbaasd, omdat ik het niet bepaald een gebruikelijke gespreksopening vond. ‘Ja, een vlakgummetje. Op de plek waar u nu zit.’ Ineens begreep ik dat hij niet alleen een man van weinig woorden was, maar ook een gummetje zocht dat kennelijk voor het laatst gesignaleerd was onder mijn derrière. Beleefd tilde ik mijn achterwerk op om te kijken of daar wellicht het gummetje in kwestie lag. Met geveinsd mededogen deelde ik de man mede dat ik het helaas niet onder mijn kont vandaan kon toveren. ‘Ja kijk, ziet u, ik zat hier vanmorgen te tekenen, op de plek waar u nu zit. Ik heb een schets gemaakt van Café Papeneiland en toen ik daar tabak van had, ben ik naar huis gegaan. Maar toen ik thuiskwam, zag ik dat de gevel niet klopte. En toen kwam ik er achter dat ik mijn gummetje niet meer had. Dus ik dacht: ik ga toch nog eens effe kijken of ‘ie dáár ligt, want het is toch weer een kwartje aanschaf, hè?’ De inflatie in de gummetjesbranche heeft kennelijk nog niet toegeslagen, dus het bedrag dat hij noemde viel me alleszins mee. ‘Nou ja, ik woon hier vlakbij hoor, dus dan ken ik wel effe een nieuwe halen bij de hobbywinkel aan de Haarlemmerdijk. Ik wens u een fijne dag.’ De kunstenaar haalde zijn schouders nog een keer op en fietste weg als een jonge wielrenner die voor het eerst vol enthousiasme de Alpe d’Huez bij tegenwind beklom. Terwijl ik nog een blik op de overkant wierp en fantaseerde hoe ver zijn kunstwerk eigenlijk gevorderd zou zijn, stopte er achter me een gemeentewagen. Het bleek iemand te zijn die de vuilniszak in de prullenmand naast me kwam verwisselen. De man kneep zijn ogen fijn, zakte door zijn knieën en raapte iets van de grond. ‘Is dit gummetje soms van u, meneer?’

Martijn van Stuyvenberg
Hoofdredacteur Mokum Magazine