Het veelbelovende Oranje van Ronald Koeman dat ternauwernood de Final Four van de Nations League bereikte, telde vier oud-Ajacieden die om verschillende redenen nooit het eerste elftal haalden. De conclusie dat de jeugdopleiding op De Toekomst heeft gefaald is echter te kort door de bocht. Niet iedere speler etaleert zijn potentie als tiener en bovendien is het aantal talenten in Amsterdam zo groot dat het onmogelijk is om iedereen aan het spelen te krijgen. Wellicht worden lastpakken inderdaad te snel uit het programma verwijderd. Toch is het afscheid van Quincy Promes, Javairô Dilrosun, Pablo Rosario en Steven Bergwijn eerder regel dan uitzondering. Het is van alle generaties, inschattingsfouten horen bij het vak van opleiden. Niet alleen de beide Nederlandse voetbaldivisies varen er wel bij. Ajacieden overal.

De Toekomst herbergt twee soorten talenten. Zij die van kinds af aan het gehele traject doorlopen en vooral buitenlanders die als junior instromen. Uit die eigen jeugd is Matthijs de Ligt vanaf zijn debuut onomstreden; een ander kind van de club, Donny van de Beek weet zich op een overbevolkt middenveld verwikkeld in een voortdurende concurrentiestrijd. Een combinatie van voetbaljournalisten die hem prijzen en zijn recente prestaties leveren hem weer regelmatig de basisplaats op die hem vanzelfsprekend zou moeten toekomen. In de huidige selectie is Donny namelijk met David Neres, een speler met diepgang. Het gebrek aan voetballers die je in de diepte kunt lanceren en die niet alleen maar in de veilige voeten willen worden aangespeeld, is verbazingwekkend. Vreemd dat bij juist Ajax deze vaardigheid benaderd wordt alsof je er toevallig mee geboren bent (of niet) en het blijkbaar niet is aan te leren.

De opleiding van de Amsterdammers munt uit in spelers die alles mét maar veel minder zonder bal kunnen. De jeugdcompetities die Ajax sinds mensenheugenis domineert zijn toch een ideale omgeving om dat ‘diep gaan’ in te slijpen? Het is die beweging en het benutten van ruimtes waarmee Ajax – anders dan het oervervelende rondspelen – school heeft gemaakt en waaraan de grondlegger van het Totaalvoetbal eeuwig schatplichtig is.

Verschaffen statistieken met hartslag, afgelegde kilometers en aerobe drempels belangrijke informatie, het is nog altijd de oefening zelf die kunst baart. Geen voetbalclub heeft nog een klassieke kopgalg staan en de ingooi is ook zo’n ondergewaardeerde behendigheid. Een speler die de bal als een voorzet voor de goal slingert is een rariteit die wel uiterst handig is bij counters of als een veredelde corner. De Ier Rory Delap (vooral Stoke City) stichtte er jarenlang gevaar mee in de vijandige strafschopgebieden maar niemand die er op komt om het een hele voetbalselectie te leren. Het is net als ‘diepgang’ trainbaar en kan in wedstrijden een opmerkelijk verschil maken. Je moet er alleen wel even moeite voor doen. 

Robert Leon, dutchfellow.wordpress.com