Het is de plek waar de jongens van de mannen worden gescheiden. Niet in de veilige Eredivisie maar wel in de uitdagende Champions League, waar Matthijs de Ligt ervaart hoe Lewandowski zichzelf vrij loopt achter de blinde zijde van zijn collega-verdedigers en hoe Frenkie de Jong leert wat de gevolgen zijn van het hoogmoedige uitverdedigen door het centrum. Directe lessen op straffe van Duitse doelpunten in een kolkende Johan Cruijff Arena die Ajax van een ongedachte groepswinst weerhield.

Deze adembenemende wedstrijden met een gelouterd Bayern München openbaarden zowel de gebreken als de mogelijkheden van een ploeg in ontwikkeling. In een sport waar doorgaans het elftal zegeviert dat de minste fouten maakt, toont Ajax dat gewoon het voetbal nog altijd kan winnen van het echte grote geld. Nu heeft Ajax steeds minder te klagen over die centen en na de doelbewuste investeringen van afgelopen zomer om Europees aan te haken, is deze overwintering zoeter dan ooit. Het onmiddellijke rendement (minimaal 60 miljoen euro) nodigt niet alleen weer uit tot een nationale heerschappij, maar ook tot een vanzelfsprekende deelname aan dat Europese kampioenenbal. Zaak is wel om deze kansen te verzilveren voor- en nadat de genoemde Matthijs en Frenkie de deuren van De Toekomst tegen ongetwijfeld recordcompensaties uitlopen. Te beginnen bij weer eens kampioen worden.

Bayern stelde Ajax vooral in Amsterdam een prangende vraag die na rust – en tot die waanzinnige, donkerrode overtreding van Wöber – ondubbelzinnig sterk werd beantwoord met geweldig spel en een verrukkelijke gelijkmaker. Het was een legendarische avond en de diepte van deze groep Ajacieden suggereert dat het dit seizoen op jacht naar dat landskampioenschap niet nog een keer wordt afgeschminkt door PSV; laat staan straks in eigen huis.

Het stond min of meer vast: Ajax zou Europees nooit meer een rol van betekenis spelen. De club die bijna alle mogelijke Europese bekers in zijn prijzenkast heeft staan, leek lange tijd het voornaamste slachtoffer van het Bosman-arrest en UEFA’s kapitalisme. Johan Cruijff had weliswaar ‘nog nooit een zak geld een wedstrijd zien winnen’, maar het helpt natuurlijk wel als je vermogen vooral op het veld staat. Greep het Ajax van Peter Bosz net naast een internationale hoofdprijs, het motiveerde Van der Sar en Overmars tot het samenstellen van een selectie die zich binnenkort meldt in de knock-out fase van diezelfde Champions League die Ajax natuurlijk niet gaat winnen. Toch is er geen prominente en veel rijkere tegenstander die in de achtste finales graag aan dit Ajax zal worden gekoppeld. Ook al is dat geen tastbare prijs, het is wel pure winst want Ajax telt weer mee. Kerels onder elkaar!

Robert Leon, dutchfellow.wordpress.com