Nog pijnlijker dan kijken naar een voortploeterend Ajax is het luisteren naar de tekst en uitleg van Erik ten Hag. Hij antwoordt schor in dezelfde microfonen als voorheen, maar in Mokum stamelt de nieuwe hoofdcoach louter flauwe gemeenplaatsen. Was er eerst sprake van ‘een proces’, Erik beschrijft zijn haperende start nu als ‘een reis’ waarin we rekening moeten houden met ‘hoogte- en dieptepunten’. Het is een onbeduidende clichéwaterval. Perschef Miel Brinkhuis draait overuren om Erik te voorzien van nieuwe metaforen die dit mislukte seizoen moeten verklaren en het vertrouwen in de toekomst aannemelijk proberen te maken. Geen sinecure tegen de achtergrond van een zoveelste trainerswissel die zijn bedoelde uitwerking al heeft gemist.
De meerwaarde van Ten Hag moet op het veld, in het vertoonde spel, in de ontwikkeling van zijn materiaal en uiteindelijk vanzelfsprekend in de resultaten zichtbaar worden. Dat daarvoor meer tijd nodig is dan een winterstopje, hadden praktijk­ jongens Overmars en Van der Sar zich kunnen bedenken. Zelfs het wegpoetsen van de 5 punten die Ajax – met een rechtstreeks duel in Eindhoven tegoed – van koploper PSV scheidde, bleek een zeer ijdele hoop die Ten Hag opzadelt met een dreigend afbreukrisico. Als hij op De Toekomst niet de taal van zijn selectie weet te spreken (ook daar verzandt hij in nietszeggende bespiegelingen), zou hem snel eenzelfde lot als Marcel Keizer kunnen treffen. Daar is geen vijfde colonne voor nodig.
Het journaille heeft de onuitstaanbare José Mourinho zelden op een puur voetbalgerelateerde opmerking kunnen betrappen. Ten Hag deed een troosteloze poging waarin hij ‘het aantal passes’, ‘loopacties’ en ‘defensief beter staan’ verheerlijkte, terwijl de achterstand op PSV onder zijn leiding weer tot 10 punten was opgelopen. Het ontbrak er nog aan dat Erik meldde dat de jongens tegenwoordig hun bolides goed in de vakken parkeren, de witte en bonte was juist splitsen en na de lunch de trays zelf in de karren doen.
We bespraken op deze plaats met het oog op Peter Bosz al eens het Peterprincipe (‘iedere werknemer stijgt tot zijn niveau van incompetentie’) en de vraag is of Ten Hag zijn kwalitatief goede werk in Enschede, München, Deventer en Utrecht ook in Amsterdam kan voortzetten. Het met FC Utrecht ontregelen van een recordkampioen is echter een heel andere
voetbalorkestratie dan het als Ajax weerstand bieden aan de ontwrichtingstactiek van datzelfde FC Utrecht. De jury is er zeker nog niet uit maar ook al heeft Ten Hag een veelbelovende CV, als trainer van Ajax kijkt hij vooralsnog als een ‘konijn in de koplampen’ van een topclub.

Robert Leon, dutchfellow.wordpress.com