Johan Cruijff gaf ooit te kennen dat naast hem nog twee mensen verstand van voetbal hebben. Hij noemde expliciet zijn vriend, de Feyenoorder Wim Jansen, maar onthulde de derde ‘professor’ nooit. Aangenomen werd dat de hoofdgodenzoon daarmee zijn protegé Marco van Basten bedoelde. Die veronderstelling werd onderstreept toen Cruijff, een onervaren Marco (in 2004) ‘naar voren’ adviseerde als bondscoach en hem na die klus lanceerde als de nieuwe trainer van hun Ajax. Johan dacht aan de zijde van Marco de vruchteloze jeugdopleiding te slopen en naar zijn inzichten in te richten. Van Basten stond echter onverwacht op tegen zijn leermeester en weigerde mee te werken aan de ontslaglawine op De Toekomst. Het was (in 2008) na 27 jaar een plotselinge breuk in de relatie tussen de voetbalvader en zoon.
 
Van Basten trok vervolgens alle macht naar zich toe en investeerde ruim 35 miljoen euro aan spelers die het niet zouden waarmaken. Ook al draaide hij aan alle knoppen, hij kreeg zijn ploeg niet aan de praat en stapte nog vóór het einde van zijn eerste seizoen radeloos op. In het najaar van 2010 trok Nummer 14 oorverdovend aan de bel van De Telegraaf, toen hij de jongens van Ajax (en Martin Jol) zag ploeteren tegen de mannen van Real Madrid. Het zou de inleiding zijn van een koppensnellende revolutie die allesbehalve ‘fluweel’ was.
 
Overwinnaar Cruijff posteerde zijn aanhangers die een zogenaamd baanbrekende, succesverzekerende jeugdopleiding in elkaar timmerden. Ajacied Marco doopt nu vijf jaar later zijn VI columnpen in het azijnzuur van gewaagde kritiek. Terwijl hij het spelersbeleid van Marc Overmars kraakt, vergeet hij gemakshalve dat de zeurende reflex van zuinigheid het gevolg is van zijn ‘alsof er geen morgen is’ miskoopdrift. Hij bestrijdt het unieke van de benadering en stelt terecht vast dat zijn club nog geen substantiële stap verder is. Het pijnlijke is niet alleen dat Marco, Johan Cruijff nog wel een ‘heel aardige man’ vindt. Maar ook dat Van Basten eigenlijk vooral gelijk heeft…
 
 
Robert Leon