Slimmer, scherper, gevaarlijker en ontwapenender dan ooit. In zijn nieuwe theatershow Later was alles beter zie je Peter Pannekoek (32) op zijn best. De ‘Koning van The Roast’ reageert op een aantal omgekeerde uitdrukkingen.

Later was alles beter
‘Een programmatitel moet je vaak anderhalf jaar van tevoren al bedenken. Het is dan handig om jezelf niet meteen in een hokje te duwen, zodat je nog alle kanten op kan. Wat me al een tijdje opvalt, is dat we een beetje een obsessie hebben over het verleden. Nederlanders ontwikkelen een nostalgie-fetish. Óf we leven met mindfulness in het hier en nu, óf we zeggen dat vroeger alles beter was. Ik vind het een treurig idee dat het beste al achter je ligt, want dan kun je net zo goed stoppen. Kortom: ik vind dat we best eens wat positiever mogen zijn. Ik geloof juist in voorpret en je maandenlang ergens op verheugen. Zelfs als het dan tegenvalt, heb je al die tijd plezier gehad aan één kleine teleurstelling. Mindfullater. Dát moet dus de nieuwe filosofie worden: later was alles beter.’ 

Hoge bomen vangen weinig wind
‘Als je wat zichtbaarder bent, hoort het er een beetje bij dat je kritiek krijgt of dat je moet leren omgaan met de meningen van andere mensen. Waar ik wel moeite mee heb, is dat de hele maatschappij bij een misstap bovenop je kan duiken. Die onverwoestbare kracht is vaak niet evenredig aan de foute actie. Hoe iemand als Dotan bijvoorbeeld kapot is gemaakt, vind ik buiten proporties als je kijkt naar wat hij heeft gedaan. Het is een té ambitieuze fantast, geen moordenaar.’

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het overal
‘Als het feest losbarst in de theaters, heb ik weinig vrije tijd. Toch probeer ik om een keer in de week naar het theater te gaan om iets anders te zien. Iemand op het toneel zien schitteren geeft extra magie aan je avond. Voor de rest probeer ik wekelijks te kickboksen, voetballen met vrienden, of ga ik lekker ergens uit eten in de stad. Ik kook nooit en zit er zelfs aan te denken om de keuken uit mijn huis te laten halen om daar een pingpongtafel neer te zetten.’

Wie niet waagt, wint ook
‘Voor mij zijn er geen taboes en restricties. Gevoelige onderwerpen passen ook wel een beetje bij mijn wat hardere stijl. Ik zie niets als een ontoegankelijk terrein. Een grap maken zie ik dus zeker niet als lef hebben of een gewaagde actie. Als ik iets aan de kaak stel, is het mijn taak om ervoor te zorgen dat het goed overkomt. Iemand de grond intrappen is heel makkelijk, vooral als diegene daar al ligt. In mijn geval is het dan vaak zo dat ik het interessanter vind om het juist op te nemen voor degene die een domme actie heeft uitgehaald. Ook deze voorstelling gaat trouwens over het onvermogen en de duistere kanten van de mens. Een pleidooi voor een tweede kans, want in sommige gevallen mis ik soms een beetje mededogen. Een beetje fout is niet volledig fout. En als je dat niet wil accepteren – ja, dan was vroeger alles beter!’

Interview Martijn van Stuyvenberg Foto Valentina Vos